« Terug naar Blog

Recht op arbeid vs. stakingsrecht


Het zou de titel van een thesis in de rechten kunnen zijn. Dat is het helaas niet. Te pas, en voornamelijk te onpas, worden we in België geconfronteerd met stakingen. Het voorbije jaar bereikte de stakingsgolf een absoluut hoogtepunt. Je kon de krant ’s morgens niet openslaan of er werd wel ergens een staking aangekondigd. Geen enkele sector ontsnapte eraan: van het openbaar vervoer, ziekenhuizen, scholen en de havenarbeiders tot zelfs de media. Bijna wekelijks legde een ontevreden beroepsgroep in België het werk neer.

Het recht op staken in vraag gesteld

Het recht op staken kwam daardoor de laatste tijd meer en meer onder druk te staan. De economische schade loopt telkens op tot in de miljoenen, om nog maar te zwijgen van de persoonlijke hinder en ergernis. We zijn er zeker van dat online onderzoeken zouden uitwijzen dat de overgrote meerderheid stakingen als hinderlijk ervaart. De meningen veranderen al gauw wanneer er aan de eigen arbeidsvoorwaarden wordt geraakt. Hoog tijd dus om even stil te staan bij het spanningsveld tussen het recht op arbeid en het recht op staken.

Een juridische clash tussen universele en sociale mensenrechten

Het recht op arbeid is een fundamenteel mensenrecht dat uitdrukkelijk verwoord wordt in artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Maar hoe zit dat eigenlijk met het recht op staken? In de Belgische wetgeving is het recht op staken nergens gedefinieerd. Vakbonden uit heel Europa hebben jarenlang, soms letterlijk strijd geleverd, om het recht op collectief handelen uiteindelijk in artikel 6 van het Europees Sociaal Handvest te doen opnemen.

Eerst verzoenen, dan staken

Wat we vaak niet zien, is dat stakingen het eindproces zijn van een uitputtende onderhandelingsronde tussen werkgevers en werknemers, vertegenwoordigd door de verschillende vakbonden. Pas als er echt geen ander drukkingsmiddel dan de staking overblijft, moet dit vooraf en tijdig aan de werkgever “aangezegd” worden. Als deze procedure niet gevolgd wordt, dreigen de stakende werknemers individueel aansprakelijk gesteld te worden voor de schade. Dit komt omdat de vakbonden geen “rechtspersoonlijkheid” hebben.

Het individueel recht op arbeid versus het recht op collectief handelen

Dit verklaart ook waarom heel wat stakingsdossiers uiteindelijk voor de rechtbank belanden. Enerzijds is er immers het individueel recht op arbeid, en anderzijds het recht op collectief handelen. Iemand die werkwillig is, moet in de regel altijd de vrijheid behouden om te kunnen werken. De vrijheid van de ene eindigt, daar waar die van de andere begint. Dit geldt eens te meer wanneer we het hebben over sociale rechten als het recht op staken.

Het laatste woord hierover is duidelijk nog niet gezegd. Een onderwerp voor online enquêtes zou kunnen zijn of jij vindt dat het recht op staken meer aan banden gelegd moet worden? Wij hopen alvast dat jij niet aan het staken gaat en trouw blijft deelnemen aan onze online onderzoeken.


« Terug naar Blog

Schrijf je vandaag nog in!

of voer hier je gegevens in
Selecteer geslacht